Viltkokeranemoon
lesser cylinder-anemone
petit cérianthe
Nordsee-Zylinderrose | ZuilLichaam van een anemoon | ||
| Hoogte | : | in Nederland meestal niet meer dan 70 mm; ≤150 mm 1 |
| Diameter | : | ≤10 mm 1 |
| Kleur | : | lichtbruin tot creme kleurig 1 |
| Mondschijf | : | ja |
| Vorm | : | hol 2 |
| Tentakels | : | ja |
| Aantal | : | ongeveer 70 van elk (lang en kort) 1 |
| Kleur | : | variabel: wit, bruin, geel, groen, rood, paars-achtig. Bandering is algemeen.1 1 |
| Lengte | : | kort om de mond; lange, dunne aan buitenzijde cm; ≤5 cm 1 2 |
MondIngang voor voedingsstoffen, ook bekend als instroomopening. | : | ja |
| Beschrijving | : | bijna nooit zichtbaar 1 |
| Kolonie | : | ja |
| Habitat | : | In zand of slib met een viltachtige koker van slijm en modder met een lengte van ongeveer 20 cm lang en 1-2 cm breed op plaatsen waar de bodem niet voortdurend in beweging is. Tot 100 meter diep. Bij extreem springtij droogvallend. Kan tegen licht vervuild water. 1 2 |
| Vindplaatsen | : | Niet in de wadden |
| Bevruchting | : | Er zijn mannelijke en vrouwelijke exemplaren 2 |
| Groei | : | De larve ontwikkeld zicht tot een volledig op een volwassen exemplaar lijkend individu voordat het zich op de bodem vestigt 2 |
| Bronnen | : |
|